De kerk van St.-Franciscus van Assisi

De kerk van St.-Franciscus van Assisi

Meneer pastoor zegt altijd dat het huis van God meer in ons hart zit dan in steen... Vanuit dat idee vroegen de parochianen aan de architect een constructie te bedenken die zich dankzij bescheiden afmetingen en gebruik van baksteen integreert in de buurt. Zij wilden geen klokkentoren! Deze kwam er tóch, op vraag van de UCLouvain, om de kerk goed zichtbaar te maken in de stad. Als je het mij vraagt: die enorme kathedralen met hun hoge plafonds zijn ook wel mooi, maar wie dat moet poetsen, komt liever hier! In de klokkentoren komen we bijna nooit. Er is niets, behalve het licht dat via de vensters binnenvalt. Dat heeft wel iets mystieks! Er zijn vier grote klokken, één per evangelist. De haan is van een ander tijdperk. Ik heb gehoord dat we hem in bruikleen hebben van het museum van Louvain-la-Neuve. De plaats waar meneer pastoor de misviering verzorgt, verschilt een beetje van de klassieke kerken in kruisvorm en met het altaar helemaal aan het einde. Hier bevindt de priester zich centraal in de ruimte. Op feestdagen, als er meer volk is, kunnen de mensen ook plaatsnemen op de gradines op de mezzanine. Het plafond reikt erg hoog, om de Heer te loven, zoals in de kathedralen. Als je een wandeling maakt rond de kerk, maak dan even tijd voor een gebed bij het beeld van Pater Kolbe. Dat was een heilige man!

Oprichtingsdatum

Ingewijd in 1984; in 1985 gezegend door paus Johannes-Paulus II.


Architect

Jean Cosse


Functie

Katholieke cultusplaats


Kenmerken

  • Klokkentoren van 30 meter hoog, geïnspireerd op de campaniles bij de Italiaanse kerken
  • Vier handen naar de hemel gericht, "in een gebaar van een eindeloos gebed"
  • Vier klokken (van 340 tot 1150 kg), gewijd aan de evangelisten
  • Windhaan in gotisch smeedwerk (15e eeuw), gelegateerd aan het museum van Louvain-la-Neuve en hier geplaatst om hem zijn oorspronkelijke functie terug te geven.

Oorsprong

Het priesterkoor getuigt van de architecturale evolutie in de kerken na Vaticaans Concilie II (1962-1965). De gotische en romaanse kerken hadden een kruisvormig grondplan dat de sacrale dimensie van de cultus kracht bijzette. Alle aanwezigen waren gericht op het altaar, de meest heilige plek, en de celebrant die de gelovigen de rug toekeerde. De nieuwe, vierkante kerken willen de gelovigen beter betrekken en de communicatie met de priester, centraal in de bijeenkomst, vergemakkelijken.


Te zien

  • De binnenruimte is opgevat als een geheel van "drie kerken op elkaar". De gelijkvloerse verdieping rond het altaar is bestemd voor gewone vieringen. Dankzij de mezzanine met gradines, zoals in een auditorium, is het mogelijk een groter aantal gelovigen te verwelkomen. Tot slot is er de ruimte in de hoogte die baadt in het licht en in de orgelklanken. Deze evoceert de aanwezigheid van God en nodigt uit tot zijn aanbidding, net zoals in de klassieke kerken.
  • Een kapel aan de achterkant van het sanctuarium is open voor het dagelijks gebed.
  • Naast het eigenlijke sanctuarium biedt een lange vleugel onderdak aan een pastorie, een foyer, een gemeenschappelijk verblijf en vergaderlokalen.

Verborgen aspecten

De architect ontwierp het interieur van de campanile als een meditatieplek voor gelovigen van alle cultussen (christendom, jodendom, islam). De ruimte, omringd door drie kleine alkoven (één voor elke cultus), was dus volledig leeg over de hele hoogte, met enkel het licht dat door de vensters binnendringt. De toegang was vrij. Een mooie utopie van de architect voor een stad als Louvain-la-Neuve. Maar na twee maanden komen en gaan van studenten die er alles deden behalve bidden, werd de ruimte afgesloten… In 1997 werd ze gerenoveerd om er een iconenatelier in te richten. Er werd een vals plafond aangebracht dat het uitzicht naar de hoogte definitief afsloot. De vzw Icône Contemporaine verbleef er tot 1999 en dan opnieuw vanaf 2006.


Over de kunstenaars

  • Onderaan het voorplein van de St. Franciscuskerk staat een bronzen sculptuur als eerbetoon aan pater Maximilian Marie Kolbe, een franciscaner monnik die in 1941 in Auschwitz de dood vond toen hij vrijwillig de plaats overnam van een ter dood veroordeelde familievader. De kunstenaar, Jean-Emonds-Alt, die dit werk in 2005 creëerde, verloor zelf zijn vader en zijn broer in een dodenkamp. De beangstigende figuur wordt uitermate sober, buitenmaats groot en zonder gezicht weergegeven en refereert daarmee aan het onbeschrijfelijke lijden van de ontelbare slachtoffers van deze menselijke waanzin. De monnikspij met drie knopen en de blote voeten verwijzen naar de franciscaner monniken. Op de kolommen staan de namen van de uitroeiingskampen.


Het extraatje

De parochianen – nog doordrenkt van de revolutionaire sfeer van mei '68 – wilden niet weten van een traditionele kerk met klokkentoren: te hoog en te duur, vonden ze. Zij wilden een bescheiden gebouw dat een plekje zou vinden in het hart van hun gemeenschap, op het kruispunt van de Rue d'Hocaille en de Rue des Blancs Chevaux. Professor Lemaire daarentegen wilde een krachtig signaal, goed zichtbaar op een plein dat zou worden aangelegd tussen de Grand-Place en het meer (ongeveer waar nu de Aula Magna ligt). Als compromis werd de klokkentoren naast de kerk opgetrokken op kosten van de UCLouvain.


Praktische info

Dienstregeling van de missen: www.paroissesaintfrancois.be